meditaties
Van harte welkom Kerkdiensten en activiteiten meditaties Jeugdwerk Hervormd Centrum Symbolen in de kerk Geschiedenis Informatie Colofon Predikantenlijst Nieuw orgel Midi Melodieën Links & reacties foto's in/om de kerk

 

Meditatie's

Geloofd zij de Heere; dag aan dag overlaadt Hij ons.

Die God is onze Zaligheid (psalm 68: 20)

 

De berijmde woorden van dit vers kennen velen van ons uit het hoofd. Voor veel mensen is dit een lievelingswens. En als we kijken naar de woorden, die aan de berijming ten grondslag liggen, dan is dat ook heel goed voorstelbaar. Want we zien hier David zingen tot de Heere. Hij kijkt naar zijn leven en naar de daden van de Heere. Dan kan hij niet anders dan de Heere groot maken. De Heere is zo machtig. Maar Hij is ook zo groot in Zijn liefde en ontferming. Dag aan dag. Elke dag weer zien wij Gods goedheid. Misschien moeten wij er wel eens meer op gaan letten. De dingen zijn niet gewoon, maar genade van de Heere. En Hij overlaadt ons ermee. De Heere is niet karig in wat Hij geeft. Hij is overvloedig. Denken wij ook zo over de Heere? Dan denken we groot over Hem. En dan hebben we waarschijnlijk ook geleerd dat wij over onszelf maar niet zo groot moeten denken. Het is opmerkelijk dat juist zij, die klein denken van de Heere, nog al vaak groot denken van zichzelf. Of het niet kunnen hebben dat de Heere echt groter is dan zijzelf. Maar David heeft door schade en schande geleerd om de Heere te zien als zijn Zaligmaker. Dat hij alleen in Hem alles kan vinden. En dat is nu ook voor ons. dat wij Hem kennen als onze Zaligmaker. Dat wij de Heere Jezus zo hebben leren kennen. Dan komen we tot de lof op de Heere. Dan leren we Hem op waarde schatten. Dan zien we dat wat Hij geeft overvloedig is. Dat Hij ons overlaadt. In de eerste plaats met Zijn verlossing door het verzoenend lijden en sterven van de Heere Jezus. Maar dan ook in het leven van elke dag. Dan gaan we verwonderd leven. Verwonderd over de goedheid van de Heere, elke dag weer.

FJMvV

 

 

De volken zullen U,o God, loven; de volken altemaal, zullen U loven. (psalm 67: 4)

Psalm 67 is een loflied voor de Heere. maar binnen het geheel van de psalmen neemt deze psalm toch een wat bijzondere plaats in. Want hier gaat het niet om de lof door het volk van Israel, maar om de lof door de hele wereld. De dichter stijgt als het ware uit boven zijn eigen volk. Hij ziet dat de Heere niet alleen een God is van dat volk, maar een God van de hele wereld. De Schepper zal de volkeren richten en hen leiden. Dat zijn prachtige uitdrukkingen voor ons vandaag. Want we mogen in deze psalm meezingen over de regering door God van de hele wereld. De Heere regeert. Dat mogen we niet vergeten. als we om ons heen kijken naar de nood van de wereld, dan zijn wij wel eens geneigd om dat te vergeten. of om de Heere te vragen, waarom er zoveel leed is. Maar dan kijken we voorbij aan al de zegeningen, die de Heere geeft. De psalmist laat dat alleen maar zien in het gewas, dat de aarde geeft. De Heere geeft ons eten. Elke keer weer. Als we naar de akkers kijken, dan zien we de oogst staan. of we zien dat er een rijke oogst is binnengehaald. Dat is een reden tot dankbaarheid. Een reden om te zien dat de zorg van de Heere doorgaat. En als je die zorg en regering van de Heere ziet in het gewas, dan mag je dat ook verder doortrekken. De leiding van de Heere, dat het niet nog veel erger wordt in de wereld. Maar ook in ons eigen leven. Alle zegeningen, die de Heere ons geeft. Zo onverdiend vaak. En dan blijft er ons toch ook niets anders over dan de Heere te loven samen met de volkeren en naties. Maar dan zullen we ook niets anders willen dan Hemloven. Want Hij geeft Zijn zegen. Dat zien we bovenal in de Zoon van Zijn liefde, onze Heere Jezus. Hem zullen we dan ook vooral loven en danken voor wat Hij heeft willen doen. Voor de onverdiende zegen van onze redding door Hem. Dan mogen we elkaar daar ook toe oproepen.

FJMvV

 

 

Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest en ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft (psalm 66: 16)

 

Psalm 66 is een merkwaardige psalm. Het perspectief verandert nogal eens. Eerst lijkt het een oproep aan de volken. Dan wordt het wij. En nu gaat de dichter in de ik vorm verder. Het komt steeds dichter bij zijn eigen hart en leven. Het geloof in de Heere is een persoonlijke zaak. Dat zien we ook in het vers waar we in het bijzonder naar willen kijken. Dan zien we hoe de dichter tegen de luisteraars gaat spreken. Over die luisteraars wordt er wel wat bijgezegd. Dat zijn mensen, die de Heere vrezen. Die dus ook de Heere kennen als hun Heiland. Het woord vrezen houdt geen angst in, maar ontzag voor alles wat de Heere kan en wil. Daarin zit het kinderlijke opzien naar de Vader. En tegen deze mensen zegt de dichter nu dat hij zal vertellen wat de Heere heeft gedaan aan zijn ziel. En opnieuw zien we hoe persoonlijk de dichter is geworden in deze psalm. Want het gaat om de ziel. Dat wat nu het meest de mens is. Het eeuwige. De Heere heeft daarvoor gezorgd. Wonderlijk hoe de dichter daarin lijkt voorbij te gaan aan het gewone dagelijkse leven met al zijn zorgen en noden. Terwijl hij in de psalm daar wel uitgebreid bij stil staat. Maar de dichter ziet in dat het ommeer gaat dan alleen dit tijdelijke leven. Daar heeft de Heere hem ook in bijgestaan. Maar uiteindelijk gaat het om de verhouding tussen de Heere en de ziel. En wat de dichter daar van de Heere in heeft ontvangen, wil hij nu delen met anderen die dit ook kennen. En dan komt het ook op ons af. Willen wij anderen ook vertellen wat de Heere in ons leven heeft gedaan? Dan moet er in de eerste plaats wel wat zijn. Dat vraagt om de levende relatie met God. Maar dan zullen we ook willen vertellen over de Vader, de Zoon en de Geest. Over hun werk aan onze ziel. Dan juichen we over Zijn redding.

FJMvV

 

De lofzang is in stilheid tot U,o God in Sion; en U zal de gelofte betaald worden (psalm 65: 2)

Psalm 65 is een loflied op Gods goedheid. David bezingt in deze psalm hoe de Heere goed is. Niet alleen voor de mens, maar ook voor de natuur. En als je dan om je heenkijkt, dan komt de lof op de Heere. Misschien dat we dat dit jaar op vakantie ook weer hebben. Maar ook als we thuis blijven en om ons heen kijken, dan zien we hoe mooi de Heere alles gemaakt heeft. Dan word je daar stil van. En juist die stilte is nu iets, wat David een lofzang noemt. Dat je er geen woorden voor hebt om de Heere te danken voor al het goede, wat Hij ons geeft. Hebt u dat ook wel eens? Dat je er stil van wordt? In het dagelijkse leven zeggen we dat wel eens als ons iets prachtigs overkomt: “Ik word er stil van.” Maar de vraag komt nu op ons af, of wij dit ook wel eens in het geestelijk leven hebben. Dan kan je ook stil worden van de genade van de Heere. Als we denken aan alles wat de Heere Jezus voor ons heeft willen doen. Aan Zijn lijden en sterven. Aan Zijn opstanding. Als we denken aan hoe de Heilige Geest ons door het leven wil leiden. Als we denken aan de Vaderlijke liefde van God. Dan worden we stil van verwondering om zoveel goedheid. Dan is onze stilte de lofzang op de Heere. Misschien is die lofzang nog wel intenser dan als we wel woorden hadden weten te vinden. Want nu val je stil, maar komt dat doordat je overweldigd bent. Zo groot en goed is de Heere. Dat heeft David nu ook. Hij weet in deze psalm echter vervolgens het toch onder woorden te brengen. Maar eerst gaat hij spreken over die stilte. Daarnaast over het betalen van de gelofte. Omdat de Heere gebeden hoort en alles wat David verder noemt. Dan kunnen we niet beter tegen elkaar zeggen dan dat wij maar bij David moeten aansluiten. In de lofzang op de Heere en Zijn goedheid. Soms in stilte en soms met woorden. Als de lofzang maar klinkt uit ons hart.

 

FJMvV

 

De rechtvaardige zal zich verblijden in de Heere en op Hem betrouwen en alle oprechten van hart zullen zich beroemen (Psalm 64: 11)

Zoals in veel psalmen zien we ook hier dat David het moeilijk heeft. Wat precies de oorzaak is geweest, wordt niet vermeld. Maar er zijn vijanden, die vooral door de tong proberen David te beschadigen. Roddel en venijn. Daar is het vaak zo moeilijk je tegen te verweren. En dat lukt David dan ook niet. Hij moet het overgeven aan de Heere. Maar dat doet hij ook in vol vertrouwen. Want dat zingt hij dan ook in het laatste vers. Hij weet dat hij rechtvaardig is. Nee, David zegt niet dat hij zonder zonde is. Hij zegt ook niet dat hij zelf zo goed is. Maar hij weet zich rechtvaardig door de Heere. Eerst heeft hij het gehad over de Heere, Die zal werken. En pas daarna durft hij zichzelf rechtvaardig te noemen. Zo is het toch bij ons ook als het goed is. Van nature zijn wij niet rechtvaardig. Maar pas na ontvangen genade van de Heere door het werk van de Heere Jezus mogen wij ons rechtvaardig weten. En mogen we ook verblijd zijn. Want dat is een kenmerk van de rechtvaardige. We komen de blijdschap van de gelovige zo vaak tegen in de Bijbel. Een oproep aan ons om ons ook elke keer te verblijden in de Heere. Ja, we mogen in die blijdschap ons in Hem beroemen. Niet in onszelf, maar in de Heere, Die ons dit alles geeft. Dat gaat allemaal niet zonder slag of stoot. Dat zagen we ook in deze psalm. Maar dan mogen we wel tegen elkaar zeggen dat dit het werk van de Heere is, wat zal blijven in eeuwigheid. En door Zijn werk is onze blijdschap. Door Zijn liefde kunnen wij ons in Hem beroemen. Door Zijn vergeving kan er en oprecht hart zijn. Wat een genadige God hebben we toch. Waard om te dienen. Waard om geprezen te worden. elke dag van ons leven, ja, tot in eeuwigheid.

F.J.M. van Veldhuizen

 

 

 

Mijn ziel kleeft U achteraan; Uw rechterhand ondersteunt mij. (psalm 63: 9)

David is in de woestijn. Waarschijnlijk op de vlucht. Opnieuw zien we hoe hij in de ellende een psalm dicht. Dat gebeurt vaker. We moeten bij de psalmen niet denken dat deze zijn geschreven in tijden dat het allemaal rustig was en mensen eens rustig voor het dichten van een psalm konden gaan zitten. Nee, het zijn juist vaak liederen die in de nood van het leven geboren zijn en die daarmee een schreeuw naar de Heere zijn. Zo ook deze psalm. In de dorre, doodse woestijn schreeuwt David het uit naar de Heere. Hij denkt daarbij terug aan de tijden van weleer. Toen hij in alle rust naar het heiligdom van de Heere kon toegaan. Dat is voorbij. Maar hij verlangt ernaar. En toch zit het uiteindelijk bij hem niet op de plek vast. Want we zien in de tekst, die wij centraal stellen dat hij de Heere Zelf achteraan kleeft. Hij blijft niet steken bij de plaats,maar gaat op zoek naar de persoonlijke relatie met de Heere. Hij wil de Heere volgen en door Hem geleid worden. Dat is het wonder van het geloof. Dan kleef je de Heere achteraan. Dan wil je niet anders dan bij de Heere zijn. Maar dan zouden we misschien gaan denken dat het David zelf is, die alles doet. Echter, het tweede gedeelte van dit vers wijst ons op de Heere. Ondanks de omstandigheden waarin David is, weet hij dat de Heere hem ondersteunt. Hij noemt het heel dichterlijk zelfs de rechterhand van de Heere. Dat is heel dichtbij. David is maximaal een armlengte weg van de Heere. Dat is ook iets voor ons. dat wij zo in het leven zouden staan. In het geloof en weten dat de Heere zo dicht bij ons is. Dat is ook Pinksteren. De Geest, Die zelfs in ons hart wil zijn, om daar het geloof te werken en ons elke keer op de Heere Jezus te wijzen. Wat een wonder van genade is dat toch. Zo worden wij door de Heere gebracht tot het Hem achterna gaan en volgen. Dichtbij, want wij kleven Hem aan, die ons nog geen armbreed van Zich laat gaan.

F.J.M. van Veldhuizen

 

Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! (Psalm 62: 9)

David wil in deze psalm als het ware in gesprek zijn met de lezers en zangers van deze psalm. Hij vertelt eerst waar hij zijn heil vindt. Maar dat is voor hem niet genoeg. Hij spoort ook de anderen aan om daar hun heil te zoeken. En het heil, dat David kent, is het heil wat de Heere geeft. In God is al zijn heil en eer. Als we dat kennen, zullen we dat ook andere mensen gunnen. En dat is nu precies wat David doet in de woorden, die wij hier voor ons hebben. Hij kijkt ons aan en zegt tegen ons dat wij de Heere moeten vertrouwen. Dat is al hel wat. Want dat betekent dat wij ons aan Hem uitleveren. Dat wij tegen de Heere leren zeggen dat wat Hij doet goed is. Dat zit niet van nature in ons. Daar is genade van de Heere voor nodig. Maar David gaat nog verder. Hij zegt niet alleen dat wij de Heere moeten vertrouwen, maar dat wij dat te aller tijd moeten doen. En dan vraagt hij heel veel. Want er zijn soms momenten in het leven dat het vertrouwen in de Heere wel eens heel ver weg lijkt. Als mensen moeilijke berichten krijgen over hun gezondheid of over geliefden. En juist dan moeten we de Heere vertrouwen. Terwijl we dan misschien veel liever in onze schulp zouden kruipen en niemand zouden willen vertrouwen omdat wij genoeg aan onszelf hebben. Maar dan is deze aansporing van David zo noodzakelijk. Want hij brengt ons daarmee bij de Heere. En dat is het beste wat wij kunnen doen. Bij de Heere alles neerleggen. In het gebed. Dat vraagt van ons het vertrouwen dat de Heere hoort en er wat mee doet. Nee, dat betekent niet dat de Heere doet, wat wij misschien zouden willen, maar wel dat Hij doet wat goed is. Maar om dat te beseffen zal er vertrouwen moeten zijn. En daar moeten wij dan ook maar om vragen. Uiteindelijk dus niet de mensen of onszelf vertrouwen, maar de Heere. En in Christus is Hij ons vertrouwen meer dan waard. Want door de Heere Jezus kunnen wij ook alles bij Hem brengen en mogen we weten dat Hij zorgt.

F.J.M. van Veldhuizen

 

 

Gij hebt mij de erfenis gegeven, dergenen die Uw Naam vrezen (psalm 61: 6)

David zingt in deze psalm het uit dat hij zijn toevlucht bij de Heere heeft mogen vinden. Wij weten dat David een moeilijk leven heeft gehad. Veel heeft hij moeten vluchten. Vaak heeft hij oorlog moeten voeren. Dan krijg je bijna het idee dat hij het nooit rustig heeft gehad. En toch wist David waar zijn toevlucht was. Bij de Heere. En in het vers, wat wij hier voor ons hebben, vertelt David daar over. Niet dat hij het gezocht heeft, maar de Heere heeft het hem gegeven. U hebt mij de erfenis gegeven. En hoe krijg je een erfenis? Doordat iemand overlijdt en deze persoon je in zijn of haar testament heeft genoemd. Dat is nu juist wat er is gebeurd. Wat wij met Goede Vrijdag hebben herdacht. Het sterven van de Heere Jezus. Heeft Hij dan een testament nagelaten? Als we lezen in Johannes 17, dan zien we als het ware een soort testament van Hem. Vader, Ik wil dat waar Ik ben ook diegenen zijn, die Gij Mij gegeven hebt. Dat is een bijzonder testament. Maar dat is het testament, wat ons het leven geeft. En dat het leven geeft hebben we op paasmorgen weer gezien, toen we elkaar mochten toeroepen dat de Heere waarlijk was opgestaan. Dan klinkt zo terecht het Halleluja. Mag ik het in het kader van het vers hierboven eens zo zeggen: toen werd het testament bekrachtigd. Toen werd dat waar. Omdat de Heere Jezus naar de mensen weer toekwam. Natuurlijk, wij leven in de liturgische tijd nu onderweg naar Hemelvaart. En wij leven zelf in de tijd dat wij uitzien naar de wederkomst van de Heere. Maar dat alles neemt niet weg, dat wij nu juist de Heere samen met David mogen danken voor zo’n erfenis. Want wij hadden daar geen recht op. Wij moeten eigenlijk verbaasd en verwonderd zijn dat de Heere dit heeft willen doen. Maar daarom mag onze vreugde daarover ook des te groter zijn. En daarom ook de bijbelse vreze voor de Naam van de Heere.

FJMvV

 

 

Maar nu hebt U een banier gegeven aan wie U vrezen, om die op te heffen als teken van Uw waarheid (psalm 60: 6)

 

Psalm 60 is een psalm in oorlogstijd. Dan denken wij misschien dat deze psalm voor ons dan niet zou gelden. Maar dan vergissen wij ons. Wij leven ook in een oorlogstijd. De satan gaat rond. Daar moeten wij ons tegen wapenen. Eigenlijk zelfs meer dan dat: wij moeten ertegen strijden. En dan zouden we denken dat we dit uit onszelf niet kunnen. Maar dan lezen we in deze psalm dat David ook iets moest krijgen om die strijd voort te zetten. Een banier. Dat is een vlag, die het leger met zich meevoert. Je hoort bij dat banier, wat voor je uit gaat en waar je je op kunt richten. En dat banier wordt opgeheven als een teken van de waarheid. En dat mogen we vandaag de dag ook zien. In het dagelijkse leven moeten we het oog houden op de Heere. Dat geldt als je net belijdenis hebt gedaan of als u al oud bent geworden. De blik op Hem. Juist als we Pasen mogen vieren zien we dat banier voor ons. Dan zien we hoe de Heere Jezus stierf aan het kruis. Hoe Hij opstond uit de dood. Opdat wij mensen zouden leven uit Zijn werk. En Zijn werk is de waarheid. En die waarheid mogen wij met Pasen weer horen. Daarom is Pasen ook een hoogtepunt in het jaar. Na het dieptepunt van Goede vrijdag, omdat de Heere moest sterven voor onze zonden. Zo mogen we deze week doorgaan. De Stille week, zoals we die noemen. Omdat wij stil worden voor de Heere, als we denken aan wat Hij heeft willen doen voor ons. Dan kan alleen maar in de stilte het loflied geboren worden. Het loflied van hen, die de Heere hebben leren vrezen.

FJMvV

 

 

Red mij van mijn vijanden, o mijn God (psalm 59: 2)

In de lijdenstijd kijken we hier met elkaar naar psalm 59. een psalm, waarin David in grote nood is. Zijn leven staat op het spel. En dan gaat hij die nood aan de Heere klagen. Deze psalm staat daarmee bol van woorden over gevaar en angst. Maar ook vraagt David om wraak. En daarmee zien we hoe David hier nog denkt als iemand uit het Oude Testament. Want in deze lijdenstijd zouden we de woorden van David ook zijn grote Zoon, de Heere jezus in de mond kunnen leggen. Maar er zijn toch een paar heel belangrijke verschillen. In de eerste plaats moeten we zeggen dat David het er wel eens naar maakte dat mensen jacht op hem maakten. Hij was een zondaar. Maar dat was de Heere Jezus niet. Daarnaast werd de Heere Jezus overgeleverd om onze zonden. En wilde Hij ook sterven om voor ons verzoening te doen. Geen woorden van wraak waren er op Zijn lippen. Slechts een “niet Mijn wil, maar Uw wil.”wat een verschil tussen die beiden daarmee. Ten diepste het verschil tussen een mens en de Zoon van God. maar daarmee ook een verschil voor ons. Want doordat de Heere Jezus niet riep om wraak, maar het lijden en sterven onderging, is er voor ons redding mogelijk. Wij mogen in deze lijdenstijd weer dat lijden van Hem doordenken. En dat is altijd beklemmend. Want Zijn lijden is zo diep geweest. En dat lijden was niet om Zijn fouten, maar vanwege onze zonden. Daarmee leren we dan weer op onszelf te zien als mensen, die alles nodig hebben van de Heere. uit louter genade geeft Hij ons dat ook. In dat vertrouwen mogen we ook leven. Net als David. Want uit deze psalm spreekt zijn vertrouwen op de Heere. een vertrouwen wat de Heere niet beschaamd heeft. Zo zal de Heere ons vertrouwen vandaag ook niet beschamen. Hij gaat door met Zijn werk. Want Hij is niet alleen de Lijdende, Hij is ook de opgestane en Die leeft tot in alle eeuwigheid. Mogen we aan dat leven nu en voor altijd deel hebben.

FJMvV

 

 

Een gouden kleinood van David (psalm 58:1)

Als we psalm 58 lezen, dan denken we onbewust dat de woorden aan het begin van deze psalm toch wat misplaatst zijn. Het is een psalm, die vol lijkt te staan met aanklachten en wraakgevoelens. Een dergelijke psalm willen we nog wel eens wat typeren als typisch “Oudtestamentisch”. Zo iets zal je in het Nieuwe Testament niet meer aantreffen. Maar moeten we daar dan ook niet meteen bij bedenken, waarom we deze psalm niet meer in het NT zo zullen aantreffen? Dan zien we wat daar tussen in staat. Beter gezegd: Wie daar tussen in is komen staan. Dan ziet deze psalm op de Heere Jezus. Hij, Die niet terug schold, toen Hij werd uitgescholden. Deze psalm laat ons misschien ook wel de oude mens wat zien. De mens, die om wraak roept. Die dat weliswaar bij de Heere neerlegt. Maar toch de roep erom heeft. En wij zijn mensen van het nieuwe verbond. Wij mogen en moeten weten van de liefde van de Heere Jezus. Juist ook als wij de lijdenstijd weer ingaan. Als wij in deze tijd op weg naar Goede Vrijdag en Pasen weer meer dan anders beseffen wat een liefde de Heere Jezus ons heeft betoond door te willen sterven aan het kruis. Dan leren wij weer dat het onverdiend was. Dan leren wij weer dat het om de vergeving van onze zonden gaat. Dan kijken we op een heel andere manier aan tegen de anderen. Wat zijn zij slechter dan wij? Ten diepste niets. Want wij moeten ook leven van genade. En daarmee wordt deze psalm dan toch ook voor ons een gouden kleinood. Niet omdat wij nu ook om de wraak zouden moeten gaan roepen, maar juist omdat deze psalm ons leert bij Wie we nu moeten zijn om genade te vinden. Om te leren zien wie we zelf zijn en Wie Hij is. En als we dat hebben ontdekt, dan zien we het gouden kleinood van Zijn liefde.

 

FJMvV

 

 

Verhef U boven de hemelen, o God Uw eer zij over de ganse aarde (psalm 57: 6)

Psalm 57 is een psalm van David, toen hij op de vlucht was voor Saul. Daarmee is al een heleboel gezegd. Want David wist toen al dat hij Saul zou opvolgen als koning. Maar hij wist ook dat hij het niet zou mogen zijn, die Saul zou doden of op een andere manier het koningschap van Saul zou overnemen. En daarmee zien we als het ware een probleem voor ons. David ziet er geen heil meer in. Hij ervaart aan den lijve wat het is om vervolgd te worden, terwijl hij zulke grote beloften van de Heere heeft gekregen. Daarmee is deze psalm ook een roep tot de Heere. Maar niet alleen een roep om hulp. Het is een bede om te laten zien Wie de Heere is. Dat Hij ook echt Zijn beloften houdt. En daarom gaat David pleiten op de eer van de Heere. God moet niet afwachtend zijn, maar Hij moet Zich verheffen, opstaan. De Heere moet Zich houden aan Zijn eigen eer. Dat is voor ons wel eens wat moeilijk te begrijpen. Maar in de cultuur van het Midden Oosten is eer heel belangrijk. Je moet een eervolle persoon zijn. Wij horen vandaag de dag wel eens van eerwraak. Eer moet hoog gehouden worden. En daarmee pleit David op iets anders, dan wat wij normaal zouden doen. Wij pleiten op Gods liefde of Zijn trouw. Dat is ook goed. Maar in deze psalm zien we als het ware nog een pleitgrond: Gods eer. Wij mogen ook tegen de Heere zeggen dat het Zijn eer te na zou zijn, als Hij niet ingrijpt. Terwijl wij aan de andere kant weet hebben van de schande van het kruis voor onze zonde. Toen wilde de Heere Jezus dat belangrijke opgeven om mensen te redden. Daarmee wordt het kruis centrum van de verzoening, misschien ook wel juist omdat het zo volledig tegen Gods eer is ingegaan. Maar De eer van de Heere zal klinken uit alle monden van hen, die Hij gered heeft. En dat zal dan klinken over heel de aarde.

FJMvV

 

 

In God zal ik Zijn woord prijzen (psalm 56: 5)

Als we psalm 56 lezen, valt ons op dat de woorden, die we hierboven als kern hebben neergezet, twee maal voorkomen. Dat heeft te maken met de dichtvorm. Maar er is meer aan de hand dan alleen een prachtig gedicht van David. Niet voor niets wordt deze psalm een gouden kleinood genoemd. Prachtig qua vorm, prachtig qua inhoud. David is in deze psalm heel direct in gesprek met de Heere. Het gaat niet goed in zijn leven. Er zijn weer eens allerlei bedreigingen en problemen. Maar David weet, dat hij deze bij de Heere mag brengen. En dat is elke keer weer een troost voor ons, dat wij dit ook mogen. Maar de vraag kan soms wel eens op je afkomen, of je het wel mag? Of de Heere wel luistert? En dan zegt David niet voor niets het twee keer in deze psalm. Het zijn de woorden van de Heere zelf waar hij op bouwt. De Heere zelf heeft gezegd dat wij alles bij Hem mogen brengen. Aan het begin van dit nieuwe jaar is dat iets, wat wij ter harte mogen nemen. We mogen ook dit jaar weer alles bij hem brengen, maar er dan ook op vertrouwen dat hij hoort. We mogen vertrouwen op Zijn woord van trouw. En dat woord is in het bijzonder gegeven in Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus. Het is daarom ook zo tekenend dat Johannes de Heere Jezus het Woord noemt. Als we nu willen weten, of de Heere Zijn woord zal houden, dan hoeven we alleen maar aan Kerst te denken. Toen kwam het Woord, de Heere Zelf. De Vader hield zich aan Zijn woord. En dat wat Hij eens bij de komst van Christus op aarde heeft gedaan, doet Hij ook vandaag de dag nog. Zo mogen we het nieuwe jaar in. Vertrouwend op de Heere. Hem prijzend voor Zijn woord, waarop wij kunnen bouwen. Hem prijzend, dat Hij Zijn Zoon op aarde heeft gezonden.

FJMvV

 

 

 

Werp uw zorg op de Heere, en Hij zal u onderhouden. (psalm 55: 23)

Wat kunnen er een zorgen in het leven zijn. Zorgen over ziekte, ouderdom, kinderen, ouders, werk. En zo zou ik het lijstje nog veel langer kunnen maken. En als we deze psalm lezen, dan zien we dat David in grote moeilijkheden is. En door die grote moeilijkheden in grote zorgen. Maar dan zien we in dit vers als een onderwijzing aan ons deze woorden opklinken. Waar ga je naar toe met je zorgen? Dat is eigenlijk de vraag aan ons uit deze psalm. Veel mensen gaan met hun zorgen naar anderen. De dokter of de dominee. Familie of vrienden. En met hen kunnen we vaak er goed over spreken. Maar de zorgen zijn  dan niet weg. Ze zijn gedeeld met een nader mens en die heeft er zijn of haar visie op gegeven. Dat kan een zekere rust geven, maar dat is uiteindelijk maar tijdelijk. Daarom is het zo belangrijk dat wij onze zorgen bij de Heere brengen in het gebed. Want Hij kan de zorgen wegnemen. David voegt niet voor niets aan deze raad een paar woorden toe: Hij zal u onderhouden. Misschien dat wij niet meteen begrijpen, wat David hier mee zegt, maar dan moeten we dat woord proeven. Er zit ondersteuning in. Maar ook vast houden. Dingen die wij in zorgen nodig hebben. Juist als we naar onszelf kijken. Want dan zien we wie we zelf zijn. Dan zien we ook dat de diepste zorg, die wij hebben, namelijk hoe wij zelf de Heere kunnen kennen en bovenal door Hem gekend te zijn, bij Hem mogen brengen en weten dat Hij ons daarin vast houdt en ons staande houdt in alles wat ons overkomt. Dan zien we wat die ondersteuning ten diepste is. Dat is Christus, Die gekomen is om zondaren zalig te maken. Die kwam om het gebrokene te helen. Ja, Die kwam om onze zorgen op Zich te laden en verzoening te doen. Kerst is daarmee ook: onze zorgen te mogen leggen aan de voeten van het Kerstkind.

FJMvV

 

 

Ziet God is mij een Helper; de Heere is onder degenen, die mijn ziel ondersteunen (Psalm 54: 6)

 

Soms zijn er momenten dat je het niet meer ziet zitten. En net als David roep je het dan uit tot de Heere. Maar weten we dan dat Hij antwoordt? Dat is een vraag, die mensen zich wel eens stellen. Hoort de Heere als ik roep? Dan zien we in deze psalm het antwoord. Nee, David heeft niet direct een antwoord van de Heere gekregen, toen hij daar in gevaar was door het verraad. Maar hij gaat terug denken. Hij gaat zijn geloof te hulp roepen. En geloof is niet alleen gevoel. Dan zou David juist nu in radeloosheid zijn. Geloof is ook je verstand gebruiken en denken aan de beloften van de Heere. Geloof is ook de Heere aan Zijn beloften houden. Geloof is leven bij de beloften uit Zijn Woord. En dan zien we hoe David in deze psalm verder gaat. Dan zegt hij misschien wel meer tegen zichzelf dan tegen de mensen, die bij hem zijn: “God is mij een Helper.” Hij vermant zichzelf als het ware met deze woorden. Hij denkt weer aan wat de Heere heeft gezegd. maar meer dan dat. Hij kijkt naar de mensen, die bij hem zijn en ziet tussen die mensen in de Heere. Dat klinkt ons wellicht wat vreemd in de oren. Maar dat is nu juist ook iets, wat wij mee mogen nemen onderweg in het leven. In de eerste plaats dat wij nooit vergeten dat de Heere een Helper is en wil zijn. Maar ook dat Hij dit doet. Hij ondersteunt de ziel. Mensen kunnen je helpen. Dat mag en kan je zien als een genade van de Heere. Maar Hij gaat verder. Hij is ook Zelf Degene, Die je ziel ondersteunen. Hij werkt ook Zelf. Niet altijd op de manier, zoals wij denken, maar laten we wel open staan voor de manier, die de Heere kiest. Zoals Hij eens koos om te helpen door Kind te worden in de kribbe op weg naar het kruis dat Hem wachtte. Juist in de adventstijd zien we dat de Heere op Zijn wijze bezig is gegaan om mensen te redden. Laten we uitzien naar het herdenken van Zijn geboorte als het teken, dat Hij ons arme, verloren mensen, te hulp is gekomen.

 

F.J.M. van Veldhuizen

 

 

 

De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God (psalm 53:2)

 

David is eigenlijk heel stelling. De dwaas, zo noemt hij de mens, die niet in God gelooft. Dat schijn je in onze tijd niet meer te kunnen zeggen. Want juist de mensen van de wetenschap stellen nu dat er geen God is. Alles zou zijn ontstaan door evolutie. De mens zelf is aan de macht. De mens zelf kan alles regelen. Dat heet de maakbare samenleving. Maar er is een financiële crisis, die mensen treft. Dan kan de mens blijkbaar heel wat minder dan wij denken. Zouden dit soort zaken ons ook niet moeten brengen bij de erkenning dat wij als mens helemaal niet zo machtig zijn? De aarde en het klimaat kunnen wij niet sturen. Wij weten eigenlijk weinig van hoe het leven ontstaat. Maar dan toch zeggen dat God niet bestaat. Dat is dwaas. Met ons beperkte verstand en inzicht in de dingen dit zeggen. Dat is wat David in deze psalm ons nu voorhoudt. Het is dwaas om te zeggen dat er geen God is. Het bijzondere van Davids uitspraak hier, is dat hij het eigenlijk nauwelijks uitlegt. Nee, gewoon de stelling dat het dwaas is. En dat heeft ons veel te zeggen. Wij willen vaak zoveel bewijs. Maar David maakt ons hier duidelijk dat het gaat om geloof In de Bijbel staat niet voor niets: “De vreze des Heeren is het begin der wijsheid” Dat moeten wij voor ogen houden. Dat moeten we bedenken in de gesprekken met mensen, die niet in God geloven. Die mensen moeten in iets anders geloven. Soms hoor je dan waar ze hun vertrouwen dan op stellen. Dan denk je bij jezelf: “Wat dom.” Maar die mensen moeten ook weten van het Evangelie van Christus. Van Zijn liefde. Dat mogen wij hen dan vertellen. Opdat zij en wij wijs worden.

 

FJMvV

 

 

En ik zal Uw Naam verwachten, want Hij is goed voor Uw gunstgenoten (psalm 52: 11)

Als we psalm 52 lezen, dan valt op dat het en heel heftige psalm is. Doëg, de Edomiet heeft hem verraden. En vol emotie dicht David dan deze psalm. Het lijkt daarmee een psalm vol wraak te zijn. Maar dan zien we aan het einde van deze psalm een omslag komen. Het is niet alleen een kijken naar wat Doëg deed, maar ook naar wat de Heere zal doen. De Heere zal uiteindelijk de uitkomst geven. Daar vertrouwt David op en dat brengt hem er ook toe om aan het einde van deze psalm de lof op de Heere te zingen. Maar daarnaast ook te zeggen dat hij dit zal doen. En dan is het opmerkelijk dat David niet de Heere de lof brengt, maar de Naam van de Heere. Ik zal zijn, die Ik zijn zal, zoals de Naam luidt. David mag vertrouwen dat de Heere zal zijn, zoals Hij beloofd heeft. En daarom zingt David hier over de Naam van Hem. Dat is iets, wat wij ook mee mogen nemen. Dat wij die Naam leren spellen. Wij zeggen vaak Heere, maar dan zouden wij misschien vaker erbij moeten bedenken wat deze Naam nu eigenlijk betekent. Dat kan ons troost geven in moeilijke tijden. Vreugde en uitzicht in tijden van hoop. Die Naam van de Heere is goed voor Zijn gunstgenoten. Voor mensen, die nu hebben leren leven uit de redding, die de Heere Jezus heeft gegeven. Dan leren we dat de Heere goed is, maar ook dat Zijn Naam met de betekenis, die de Naam heeft, goed voor ons is. Dan gaan we die Naam ook loven en prijzen. Dan gaan we die Naam verwachten in ons leven. En met de Naam komt de Heere zelf mee. Wat een prachtig iets, om je dat te mogen realiseren en er dan vervolgens uit te mogen leven.

FJMvV

 

Schep mij een rein hart, o God! (Psalm 51: 12)

Psalm 51 is een bekende psalm. Het is één van de boetpsalmen. De aanleiding tot deze psalm wordt door David zelf vermeld. Hij is door Nathan gewezen op zijn zonde met Bathseba. Dan is het niet vreemd dat David in diepe rouw is in deze psalm. Hij beseft tegenover wie hij heeft gezondigd. Dat was niet een mens of de mensen, maar dat was de Heere. Dat is iets, wat wij moeten beseffen. Zonden tegenover onze medemens zijn zonden tegenover de Heere. En zo verootmoedigd David zich in deze psalm dan ook tegenover de Heere. Hij belijdt zijn zonden. Maar hij gaat verder dan dat. Hij gaat de Heere om hulp vragen. Dat zien we o.a. in het gedeelte, dat wij tot kern van de meditatie hebben gekozen. De Heere moet David een nieuw hart geven, want anders zal hij opnieuw in dezelfde fout kunnen vervallen. Daarom vraagt hij aan God om een rein hart. Hij zegt er zelfs nadrukkelijk bij, dat de Heere dit moet scheppen. Daarmee drukt David uit dat dit hart niet veranderd moet worden, maar vernieuwd.

Dat moet ook in ons leven zijn. Wij kunnen niet toe met een beetje verandering, maar wij moeten radicaal vernieuwd zijn. Ons hart moet radicaal door de Heere zijn veranderd. En David komt erbij om dit te vragen op het moment dat hij zich realiseert, dat hij ernstig de fout in is gegaan. Maar laten wij daar al veel eerder toe komen. En dan ook komen tot wat David in vers 17 uitroept. Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen. Dan wordt het waar, wat het spreekwoord zegt: waar het hart vol van is, stroomt de mond van over. Zo mogen we dan ook met een vernieuwd hart de lof van de Heere verkondigen. Want Hij heeft ons in onze ellende niet gelaten, maar heeft ons door Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus willen redden. Ons hart willen vernieuwen en ons zo brengen tot de lof op Zijn nooit genoeg volprezen Naam.

FJMvV

 

Offert Gode dank, en betaalt de Allerhoogste uw geloften (Psalm 50: 14)

Psalm 50 is een onbekende psalm. Eigenlijk is dat jammer, want het is een psalm met een rijke inhoud. Als we alleen al kijken naar het veertiende vers. Dan zien we een oproep aan ons allen. De Heere heeft daarvoor gesproken over de offers, die het volk van Israël moest brengen. En wat Hij daarover zegt, moeten we in de context zien van de wereld rondom Israël. De volkeren offerden hun afgoden dienen, zodat die afgoden te eten zouden hebben. En misschien waren er Joden, die dachten dat zij daarom de Heere ook offerden. Maar dan zegt de Heere in dit vers dat zij niet offeren zodat Hij te eten zou hebben. Dat hoeft niet, want de Heere bezit alles. Nee, zij moeten dank offeren. Het gaat niet om wat zij offeren, maar om het hart waarmee zij offeren. En dat is iets, wat wij altijd ook in gedachten moeten houden. Het gaat om wat in ons leeft. Hoe is onze verhouding tot de Heere? Brengen wij Hem dank voor alles wat Hij ons geeft? Niet uit plichtsbesef, maar omdat wij heel diep voelen en weten dat de Heere nu ons alles geeft, terwijl wij het er niet naar gemaakt hebben. Dan mogen we dit natuurlijk ook zien in het licht van het offer van de Heere Jezus op Golgotha. Daar betaalde Hij voor ons. Een offer, wat wij nooit zouden hebben kunnen brengen. Maar Hij bracht het tot onze redding. De Heere betaalde als het ware zichzelf, omdat wij niet hebben en kunnen. Dan blijft ons niets anders over dan de dank aan de Heere te brengen. Omdat Hij nu alles geeft. Dan gaat het om ons hart. Dan leren wij de Allerhoogste onze geloften betalen. Wat hebben we dan beloofd? Misschien wel een heleboel, maar laten we de Heere vooral beloofd hebben, dat wij Hem zullen danken voor alles wat Hij ons heeft gegeven en geeft.

 

FJMvV

Wilt U meer informatie over de Hervormde gemeente te Dinteloord, of heeft U informatie voor deze website, schrijf, bel of mail dan naar:

Dhr. J. P. Prince, Dorus Rijkersstraat 37, 4671 AB, Dinteloord, tel. 0167-522674 e-mail: jpprince(at)kpnplanet.nl